
De verhoging van de kansspelbelasting in Nederland naar 34,2 procent van de bruto spelopbrengst per 1 januari 2025 en vervolgens naar 37,8 procent per 1 januari 2026 heeft veel minder extra inkomsten opgeleverd dan de overheid had berekend, terwijl de extra opbrengst in 2025 slechts 2 miljoen euro bedroeg in plaats van de verwachte 108 miljoen euro en de raming voor 2026 uitkomt op 57 miljoen euro tegenover de voorspelde 216 miljoen euro. Deze cijfers komen naar voren uit recente rapportages over de sector en tonen aan dat de verhoging de verwachte financiële impuls niet heeft gebracht.
De belastingverhogingen maakten deel uit van een breder beleid om meer middelen te genereren uit de gereguleerde kansspelmarkt, waarbij de overheid rekende op een stabiele of groeiende belastingbasis na de legalisering van online kansspelen. Toch bleken de daadwerkelijke resultaten anders uit te pakken, omdat factoren als een krimpende markt de opbrengsten drukten en de totale extra inkomsten daardoor ver onder de prognoses bleven. Observers note dat de berekeningen vooraf uitgingen van een ongewijzigde of licht groeiende sector, terwijl in werkelijkheid meerdere beperkingen tegelijk ingrepen.
Een krimp van de belastingbasis vormt de kern van het tekort en ontstaat door nieuwe depositlimieten voor spelersbescherming die in oktober 2024 werden ingevoerd, samen met strengere regels voor reclame en sponsoring die de zichtbaarheid van aanbieders beperkten. Daarnaast vervaagden de effecten van het Europees Kampioenschap voetbal in 2024 geleidelijk, terwijl sommige operators locaties sloten vanwege de gestegen kosten en daardoor minder activiteit genereerden. Deze elementen samen zorgden ervoor dat de totale bruto spelopbrengsten daalden, waardoor de hogere percentages op een kleiner volume werden toegepast en de extra belastinginkomsten achterbleven bij de verwachtingen.
Volgens data uit de sector rapporten blijkt dat de combinatie van deze maatregelen de markt krimpt, terwijl de overheid juist had ingezet op een uitbreiding na de regulering. De depositlimieten bijvoorbeeld verminderen de gemiddelde inleg per speler en daarmee ook de totale GGR waarop belasting wordt geheven, en dat effect bleek sterker dan voorzien in de modellen.

Staatsgecontroleerde partijen zoals Holland Casino en de Nederlandse Loterij meldden aanzienlijke winstdalingen als direct gevolg van de hogere lasten en de verminderde activiteit in de markt. Deze entiteiten opereren onder strenge voorwaarden en zagen hun marges onder druk staan, omdat de belastingverhoging samenvalt met andere restricties die de omzet beïnvloeden. Rapporten tonen dat beide organisaties hun winstcijfers zagen dalen, wat past in het bredere patroon van lagere opbrengsten over de hele sector.
De situatie in juli 2026 laat zien dat de tweede verhoging inmiddels van kracht is en de eerste effecten van de cumulatieve maatregelen zich verder ontvouwen, met aanhoudende druk op de winsten van deze staatsbedrijven en een belastingbasis die nog steeds kleiner uitvalt dan in de oorspronkelijke ramingen werd aangenomen. Cijfers uit monitoring documenten bevestigen dat de extra inkomsten nog steeds ver achterblijven bij de doelen die bij de invoering werden gesteld.
De totale opbrengst van de belastingverhogingen blijft dus beperkt tot een fractie van wat was voorzien, omdat de onderliggende markt krimpt onder invloed van depositlimieten, reclamebeperkingen en operationele aanpassingen door operators. Data uit gezamenlijke monitoringrapporten onderstrepen dat de verwachte extra inkomsten niet zijn gerealiseerd en dat de sector zich aanpast aan de nieuwe omstandigheden met lagere volumes als gevolg. Dit patroon laat zien hoe meerdere beleidsmaatregelen tegelijk de belastingbasis kunnen beïnvloeden en waarom de feitelijke resultaten afwijken van de initiële projecties.